Cross-process (X-process of X-proc)Cross-process of X-process is eigenlijk niet veel meer dan de juiste film in het verkeerde badje kieperen. Ik zal bij het begin beginnen.
Film wordt in de camera belicht. Om het ‘plaatje’ vast te houden, wordt de film ontwikkeld. Dit gebeurt met een chemisch goedje. De samenstelling hiervan is voor negatieffilm anders dan voor diapositief. Het ‘negatiefbadje’ is gevuld met een chemisch goedje dat wordt aangeduid met C-41. Het badje voor diapositief-film is gevuld met een chemisch mengsel dat wordt aangeduid met E-6.
Welnu, wat zou er gebeuren als ik een diafilm in C-41 gooi, of een negatieffilm in E-6? Iets geks, dat zal duidelijk zijn. Het resultaat is op zijn zachtst gezegd onvoorspelbaar. Voor zover het gaat om diafilm (andersom heb ik geen ervaring) ontstaan er zeer grote contrasten en wordt de kleur beinvloed. Op deze site staat halverwege de pagina een leuk overzichtje van wat er kan gebeuren bij cross-processing.
Cross-processing kan problemen opleveren bij de ontwikkelboer. Een E-6 filmpje vervuild het C-41 bad gigantisch. De lokale 1-uursservice heeft er daarom niet altijd even veel zin in. Als het even mag duren, wil hij misschien het filmpje wel ontwikkelen vlak voordat hij het bad toch moet vervangen. Over het algemeen is E-6 naar C-41 makkelijker te regelen dan andersom.
Ik heb mijn experiment (per ongeluk) bij CéWé in Oldenburg (lees: Kruidvat, Albert Heijn, Media Markt, Trekpleister, Schlecker, Primera, etc. etc. etc., maar soms ook de fotoboer op de hoek!) laten ontwikkelen.
Wat moet er gebeuren?
Doe een filmpje in je toestel. Tot zover het obvious gedeelte
Nu is het tijd om je camera voor het lapje te houden. Voor het beste resultaat moet de film 2 stops overbelicht worden. Het makkelijkst is dit te regelen door de camera wijs te maken dat er een minder lichtgevoelig filmpje inzit dan in werkelijkheid het geval is. Stel: je hebt een 200 asa filmpje, dan maak je de foto alsof het een 50 asa rolletje is (1 stop = 100 asa, 2 stops = 50, 3 stops zou weer de helft minder zijn geweest). Resultaat is dat de belichtingsmeter ervan uit gaat dat er langer licht op de film moet vallen.
Een andere mogelijkheid is om het diafragma twee stops ‘open’ te gooien bij elke foto, zodat er (in dezelfde tijd) meer licht op de film valt (groter gat is kleiner getal!).
Weer een andere mogelijkheid is het diafragma hetzelfde houden, maar de sluitertijd twee stops langer maken.
Goed. Het rolletje is vol. Nu gaan we naar de ontwikkelboer (of je doet ‘t zelf, maar zelf heb ik daar de mogelijkheid niet voor). Met een beetje geluk krijg je hem X-processed terug. Met pech doen ze de E-6-film toch in het E-6 badje en zit je met een overbelichte film.
Wanneer je de film vergeet te overbelichten, krijg je ook resultaat. Mijn eerste poging (en vooralsnog enige poging) heb ik niet overbelicht. Kijk voor die resultaten hieronder. Ik heb de indruk dat overbelichten het resultaat dramatischer maakt.






